Tekstadvies rapport Statistiek Vlaanderen

Rapport van Statistiek Vlaanderen over de plaats en deelname van mensen met een handicap in de maatschappij

Inleiding

Statistiek Vlaanderen is een netwerk van verschillende diensten van de Vlaamse overheid.

Zij brengen cijfers uit over en in Vlaanderen.

In dit rapport kijken ze naar de plaats en deelname van mensen met een handicap in de maatschappij.

Waar zien we dat mensen met een handicap deelnemen aan de samenleving?

Wanneer maken ze deel uit van de samenleving? Wanneer niet?

Welke rol nemen ze op?

Deze vragen vormen het vertrekpunt.

Voor dit onderzoek is er een verschil tussen mensen met en zonder handicap. Mensen met een handicap:

  • zijn lager geschoold.
  • maken minder deel uit van de arbeidsmarkt.
  • hebben een lager inkomen. Ze komen sneller in armoede terecht.
  • wonen in minder goede omstandigheden.
  • ervaren meer gezondheidsproblemen.
  • nemen minder deel aan verenigingen, sport en cultuur.

 

1. Over wie gaat dit rapport?

Wie of wat is een persoon met een handicap?

Statistiek Vlaanderen neemt de standpunten over van het VN-verdrag over de Rechten van Personen met een Handicap uit 2006.

Er wordt niet enkel gekeken naar mensen met een handicap die door de overheid zijn erkend.

Het gaat over iedereen met een langdurige ziekte, aandoening of beperking die moeilijkheden ervaart om volwaardig deel te nemen aan de samenleving.

In Vlaanderen gaat het over ongeveer 700.000 tot 1,3 miljoen mensen. Bij 6 op 10 van hen is hun handicap erkend door de overheid.

  • Er zijn meer vrouwen met een handicap dan mannen.
  • Hoe ouder, hoe meer mensen met een handicap.
  • Bij de mensen die lang naar school zijn geweest, zijn er minder mensen met een handicap.

2. Onderwijs en vorming

Schooljaar 2020 – 2021: 4 op 100 leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs gaan naar een school voor buitengewoon onderwijs.

Dit zijn meer dan 50.000 leerlingen.

Afbeelding 1 Taartdiagram lager en middelbaar onderwijs

Afbeelding 1: Taartdiagram lager en middelbaar onderwijs.

Schooljaar 2019 – 2020: 1 op 100 studenten in het hoger onderwijs zijn erkend door het VAPH als persoon met een handicap. Hoger onderwijs is een hogeschool of een universiteit.

Afbeelding 2 Taartdiagram hoger onderwijs

Afbeelding 2: Taartdiagram hoger onderwijs.

Enquête naar arbeidskrachten (EAK):

2020: bijna 4 op 10 mensen met een handicap tussen 25 en 64 jaar is laaggeschoold. Bij mensen zonder handicap is dat bijna 2 op 10.

Afbeelding 3: Kolomdiagram geschooldheid.

Afbeelding 3:  Kolomdiagram geschooldheid.

Dat verschil is er al heel lang.

Mensen met een handicap nemen minder deel aan een opleiding dan mensen zonder handicap.

3. Deelname aan de arbeidsmarkt

Mensen met een handicap nemen veel minder deel aan de arbeidsmarkt dan mensen zonder handicap.

  • Er zijn 46 op 100 mensen met een handicap die betaald werk hebben. Dit is anders bij mensen zonder handicap: daar hebben 80 op 100 mensen betaald werk

Afbeelding 4: Kolomdiagram betaald werk.

Afbeelding 4:  Kolomdiagram betaald werk.

  • Iets meer dan de helft van de mensen met een handicap is niet-beroepsactief. Ze werken niet, ze kunnen niet werken en/of ze zijn niet op zoek naar werk.
  • Mensen met een handicap gaan minder aan de slag als zelfstandige.
  • Mensen met een handicap werken vaker deeltijds.
  • Mensen met een handicap werken minder van thuis uit.
  • Mensen met een handicap hebben minder vaak een werkbare job.
    Het werk bezorgt mensen met een handicap meer stress, motiveert hen minder en biedt minder leerkansen.

Sociale economie

Mensen met een grote afstand tot de gewone arbeidsmarkt kunnen terecht binnen de sociale economie.

Het gaat over mensen met een arbeidsbeperking, met fysieke of psychische beperkingen of moeilijkheden. Dit zijn doelgroepwerkers.

Als we over sociale economie spreken, dan hebben we het over:

  • Maatwerkbedrijven
    Maatwerkbedrijven zijn bedrijven waarin doelgroepwerkers werken. Vroeger waren dit sociale en beschutte werkplaatsen.
  • Maatwerkafdelingen
    Een maatwerkafdeling is een afdeling van een (gewoon) bedrijf waarin doelgroepwerkers werken.
  • Lokale diensteneconomie
    Doelgroepwerkers werken in een organisatie die verschillende diensten aanbiedt, bijvoorbeeld een kringloopwinkel. Dit alles gebeurt op lokaal niveau (dorp, gemeente of stad).
  • Arbeidszorg
    Doelgroepwerkers voeren onder begeleiding activiteiten uit. Het gaat over onbetaald werk om zo weer de stap te zetten naar werk.

Bijna 1 op 100 werkende mensen in Vlaanderen werkt in de sociale economie.

Afbeelding 5 Taartdiagram verhouding sociale economie - gewone arbeidsmarkt

Afbeelding 5: Taartdiagram verhouding sociale economie – gewone arbeidsmarkt.

De meeste doelgroepwerkers werken in maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen.

Werken bij de Vlaamse overheid

2020: Bijna 900 mensen met een handicap of langdurige ziekte werken bij de Vlaamse overheid. Dit aantal is gestegen in vergelijking met 2017.

4. Inkomen en armoede

Mensen met een handicap verdienen minder dan mensen zonder handicap.

Binnen de groep van mensen met een handicap bestaan er verschillen op vlak van inkomsten door werk.

  • In de periode 2016 – 2018 lag het inkomen bij mannen 450 euro hoger dan bij vrouwen.
  • Het inkomen stijgt met de leeftijd.
  • Mensen die minder moeilijkheden ervaren omwille van hun handicap verdienen meer dan mensen die meer moeilijkheden ervaren.

Naast of bovenop het inkomen door werk kunnen mensen andere inkomsten ontvangen. Denk maar aan: uitkeringen voor pensioen, werkloosheid, ziekte en invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, sociale bijstand…

De som van al deze inkomsten (loon door werk + andere inkomsten) noemen we het persoonlijk inkomen.

Het persoonlijk inkomen ligt lager bij mensen met een handicap in vergelijking met mensen zonder handicap.

De inkomsten door werk zijn veel lager bij mensen met een handicap in vergelijking met mensen zonder handicap.

De inkomsten uit pensioenen of andere inkomens (inkomens voor onder meer arbeidsongeschiktheid, ziekte/invaliditeit en sociale bijstand) zijn hoger bij mensen met een handicap in vergelijking met mensen zonder handicap.

Het risico op armoede is dubbel zo hoog bij mensen met een handicap.

Er zijn weinig verschillen tussen vrouwen en mannen met een handicap die in armoede leven. Vrouwen met een handicap hebben wel meer het gevoel dat ze leven in een huishouden dat moeilijk rondkomt.

Er zijn twee soorten tegemoetkomingen:

  • Een integratietegemoetkoming
    Dit is een tegemoetkoming waarmee je de bijkomende kosten die je als persoon met een handicap hebt om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijke leven (‘integratie’) kunt betalen.
  • Een inkomensvervangende tegemoetkoming
    Dit is een tegemoetkoming omdat je door je handicap niet zoveel kan of mag werken. De overheid betaalt een stukje mee.

De twee kunnen met elkaar gecombineerd worden.

In 2020 ontvangt 47 op 100 van de mensen met een tegemoetkoming voor een persoon met een handicap een integratietegemoetkoming. Het aantal mensen met enkel een integratietegemoetkoming is het sterkst gestegen in de periode 2010 – 2020.

In 2020 ontvangt 46 op 100 van de mensen met een tegemoetkoming voor een persoon met een handicap een integratietegemoetkoming én een inkomensvervangende tegemoetkoming.

In 2020 ontvangt slechts 6 op 100 van de mensen met een erkende handicap alleen maar een inkomensvervangende tegemoetkoming.

Afbeelding 6 Taartdiagram verdeling tegemoetkomingen

Afbeelding 6: Taartdiagram verdeling tegemoetkomingen.

Bij alle tegemoetkomingen stijgt het aantal mensen met een handicap dat een tegemoetkoming krijgt.

Mensen van 50 tot 64 jaar doen het meest beroep op deze tegemoetkomingen. Deze groep wordt gevolgd door mensen van 35 tot 49 jaar en dan door mensen van 18 tot 34 jaar.

Er is ook nog een grote groep van mensen die ouder zijn dan 65 jaar. Dit komt omdat mensen die voor hun 65 jaar één van beide tegemoetkomingen ontvingen, die tegemoetkoming ook daarna blijven krijgen.

In 2020 krijgen bijna 95.000 mensen een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. Dit is een budget voor mensen die ouder zijn dan 65 jaar, een klein inkomen en gezondheidsproblemen hebben.

5. Wonen

Mensen met een handicap zijn minder vaak eigenaar van de woning waarin ze wonen dan mensen zonder handicap.

Mensen met een handicap wonen meer in huurwoningen en sociale woningen.

De huur is een heel zware kost voor veel mensen met een handicap in vergelijking met mensen zonder handicap.

Een zware woonkost betekent dat meer dan 40% van het inkomen (loon door werk en/of tegemoetkomingen) naar de woning gaat.

Kwaliteit van de woningen

 

In 2020: 1 op 5 mensen met een handicap leefde in een woning van mindere kwaliteit.

Het gaat over woningen met grote en blijvende problemen aan het dak, de ramen, deuren en muren.

Het gaat om te donkere woningen of woningen met te weinig ruimte.

Dit aantal is duidelijk hoger in vergelijking met mensen zonder handicap.

Sociaal wonen

 

Bijna 1 op 3 van alle sociale huurders heeft een handicap of heeft iemand in het gezin met een handicap.

Afbeelding 7 Taartdiagram huurders sociale woning met een handicap

Afbeelding 7: Taartdiagram huurders sociale woning met een handicap. 

Het gaat hier over mensen met een door de overheid erkende handicap en over kinderen met een verhoogde kinderbijslag.

Het aantal sociale huurders met een persoon met een handicap in het huishouden is tussen 2011 en 2020 sterk toegenomen.

 

Het aantal kandidaat-huurders met een handicap voor een sociale woning is toegenomen. Tussen 2011 en 2020 is dit aantal sterk gestegen.

6. Gezondheid en welzijn

Mensen met een handicap zijn veel minder positief over hun gezondheid dan mensen zonder handicap.

Op het vlak van mentale gezondheid is de situatie bij mensen met een handicap minder goed dan bij mensen zonder handicap.

Er zijn meer psychische problemen, angststoornissen en depressieve klachten.

Mensen met een handicap zijn ook minder positief over het leven in het algemeen.

7. Deelname aan de maatschappij

Mensen met een handicap scoren minder goed dan mensen zonder handicap op de onderstaande vlakken.

Mensen met een handicap:

  • zijn minder actief lid van een vereniging.
  • nemen minder deel aan culturele activiteiten.
  • doen minder aan sport.
  • gebruiken minder het internet.
  • zijn minder politiek actief.

Mensen met een handicap beschouwen hun sociale contacten als minder positief dan mensen zonder handicap.

Ze hebben minder vaak contacten met vrienden dan mensen zonder handicap.

Ze hebben wel evenveel contacten met buren en familie dan mensen zonder handicap.

Mensen met een handicap hebben minder sociale ondersteuning dan mensen zonder handicap.

Ze kunnen minder rekenen op mensen bij zware problemen of wanneer ze praktische hulp nodig hebben.

Het gaat ook over de interesse die mensen hebben in wat zij doen.

Houding tegenover mensen met een handicap

 

Veel mensen willen gelijke rechten voor mensen met een handicap.

Mensen met een handicap moeten hun leven leiden zoals zij dat willen.

Mensen met een handicap moeten evenveel kansen krijgen.

De soort handicap bepaalt mee de houding.

De meeste mensen vinden dat mensen met een fysieke handicap meer recht hebben op inclusief onderwijs en op het krijgen van kinderen.

Dit is minder voor mensen met een verstandelijke handicap.

Contacten met mensen met een handicap:

  • Een klein aantal mensen vindt het lastig om op straat aangesproken te worden door iemand met een handicap.
  • Veel mensen vinden het geen probleem om een buur te hebben met een handicap. (8 op 10)
  • Een heel klein aantal mensen vindt het niet leuk dat zijn kind zou samenwonen met een persoon met een handicap. (1 op 10)
  • Veel mensen willen dat werkgevers meer mensen met een handicap werk geven. (7 op 10)
  • Een klein aantal mensen wil dat parkeerplaatsen voor mensen met een handicap ook gebruikt kunnen worden door mensen zonder handicap, als alle andere plaatsen volzet zijn.
  • Soms vinden mensen dat het belastinggeld voor mensen met een handicap beter naar andere mensen kan gaan.

Als we de resultaten van 2014, 2016 en 2018 met elkaar vergelijken, is de houding tegenover mensen met een handicap iets positiever geworden.

Beeldvorming in de media over mensen met een handicap

 

Er zijn weinig mensen met een handicap zichtbaar op televisie.

In 2020 zijn er in de programma’s van alle VRT-zenders 1,5 mensen met een handicap te zien op 100 mensen.

Afbeelding 8 Taartdiagram mensen met een handicap op televisie (VRT)

Afbeelding 8: Taartdiagram mensen met een handicap op televisie (VRT) .

Tussen de VRT-zenders onderling zijn er verschillen merkbaar.

Bij Eén lag het aandeel het hoogst, bij Canvas het laagst.

Discriminatie of uitsluiting op basis van handicap

 

Bij UNIA komen er in 2020 meer dan 500 meldingen binnen over uitsluiting op basis van handicap.

Je kan een beroep doen op UNIA als je je uitgesloten of benadeeld voelt.

De meeste klachten gaan over ‘werk en kansen op werk’.

Daarna over ‘goederen en diensten’ en over ‘onderwijs’.

Afbeelding 9 Taartdiagram klachten UNIA

Afbeelding 9: Taartdiagram klachten UNIA.

Blinde vlekken

 

Blinde vlekken zijn dingen die niet (kunnen) gezien worden in dit rapport.

We slagen er niet helemaal in om de volledigheid van mensen met een handicap te vatten.

We slagen er niet helemaal in om de verschillen tussen mensen met een handicap te vatten.

Bepaalde groepen blijven buiten beeld.

Het gaat over mensen met:

  • ernstige beperkingen die verblijven in instellingen.
  • een verstandelijke handicap.
  • een bepaalde fysieke handicap.

Er ontbreekt in dit rapport ook informatie over zaken die een belangrijke rol spelen om te kunnen deelnemen aan de maatschappij:

  • Mobiliteit
  • Toegankelijkheid van gebouwen
  • Toegankelijkheid van dienstverlening

In veel bevragingen is er geen aandacht voor de specifieke situatie van mensen met een handicap.

Er zijn bijkomende inspanningen nodig om die blinde vlekken weg te werken.

Toegankelijkheid