Patrick

DE MAN VAN SCHELLE

Aan het werk…

Ik doe begeleid werken bij Schelle Sport.
Ik kuis daar de kleedkamers en sorteer de vuilbakken.
Ik trek ook lijnen.
Het gras langs de kant van de pleinen rij ik ook af.
Al 3 of 4 jaar werk ik daar.

Met mijn baas kom ik soms wel en soms niet overeen.
Hij is soms koppig en dan is hij niet goed gezind.
“De volgende keer moet je het zelf doen!” zeg ik dan.

De lijnen trekken moet goed gedaan zijn, das niet gemakkelijk.
Met zo’n karreke met kalk of een ander karreke met verf.
Als er gras op het plein staat gebruik ik verf en als er geen gras op staat gebruik ik kalk.

Ik moet alle dagen werken, behalve de maandag.
De zondag ga ik kijken naar het voetbal
Ik moet werken als de ploeg thuis speelt.
Dat is om de 2 weken.

Als de arbiter slecht fluit, maken wij hem uit:
“Moe k ies op uw bakkes kloppen!” “Broekschijter!”
Sommige mensen kopen de arbiter om, dat zijn dan de grote bazen.

Marleen gaat niet veel mee naar de voetbal.
Ze ziet dat niet graag.
’t Is haar dan te druk in de kantine.
Ze zit liever thuis.
Soms blijf ik achter de match plakken om een pint te drinken.
Meestal op verplaatsing blijf ik plakken.
Ik rij soms mee met de trainer of met de coach.
Als die blijft plakken, dan moet ik ook wel blijven plakken.
Soms gebeurt het wel eens dat ik te veel op heb.
Een tijdje geleden ben ik eens gevallen met mijn brommer, toen ik van de voetbal kwam.
Maar dat was van de wind, hè!

Nu heb ik een nieuwe brommer: een Peugeot.
Vroeger heb ik ook nog een Honda gehad.
Als er iets scheelt aan mijn brommer, maak ik dat zelf.
Een nieuwe ketting opleggen, de remmen maken, de batterij of lichtjes vervangen,…
Voor mij is dat niet moeilijk: “Hup en ‘t is gebeurd!”

Er is maar één baas, Fons, daar moet ik naar luisteren.
Als er problemen zijn, zoek ik een oplossing samen met mijn begeleider.
Soms gebeurt het dat ik gekwetst word en dat doet pijn.
Ze roddelen dan over mij.

Maar die mensen moeten hun niet moeien, het zijn hun zaken niet.
Ik ga geen namen zeggen, het zijn mensen uit de kantine en ze hebben dan al teveel gedronken.
Ik ben daar twee weken echt slecht van geweest.
Ik pak dan mijn gerief en bol het af.
Ik vertel het dan aan Marleen.
Ik zoek mij dan een plaats waar ik kan nadenken over wat ik ga doen.
Ik vertrouw niet iedereen.

Thuis…

Ik slaap thuis met mijn raam open.
Zo kunnen de katten binnen komen.
Ik heb een kater Pruts en een kattin Minouche.
Ik heb een kat gekregen en één gevonden.

k heb ook een fret, wit met rode ogen, een albino.
Ze noemt Tineke, het is een schoon beestje.
Ik heb haar in de dierenwinkel gekocht.
Ik heb het nu bijna 4 jaar.
Ze heeft een speciaal kotje.
Ik heb wel werk om haar kot uit te kuisen.
Toch is het een proper beestje.
Mijn fret eet hetzelfde als de katten, dat is beter voor de pels.
Als wij om half 8 opstaan, wordt Tineke ook wakker.
Dan halen we ze uit haar kot en nemen we ze mee naar ons kamer in ons bed.

Eén keer was ze ontsnapt, maar we hebben ze teruggevonden.
We hebben wel een leibandje gekocht, maar dat gebruiken we niet.
Ze heeft dat niet graag.
Dus blijft ze altijd binnen.
“Ge zou gij da ook nie leuk vinden hè, zo nen band rond uwe nek!”

Vroeger…

Heel vroeger in de instelling mochten we geen honden of katten houden.
Wel vogels en vissen.
Ze waren daar heel streng in de instelling.
We moesten al ons geld afgeven en ons uurwerk afgeven.
We moesten ook vroeg naar ons bed.
We mochten niets beslissen.
Als het programma op TV gedaan was moesten we direct naar boven.
Iedereen keek naar hetzelfde programma, de begeleiding besliste.
‘s Middags na ons eten moesten we ook naar ons bed.
Als we niet luisterden moesten we als straf nog vroeger ons bed in.
We sliepen in een grote slaapzaal.
Er waren alleen mannen in de instelling.
Ik had een paar vrienden in de leefgroep.
Nu zie ik die vrienden niet meer.

Mijn moeder was ook streng, ik mocht niets.
Ik mocht geen geld bij hebben.
Ik mocht niet zelf mijn kleren kopen.
Meestal had ik vodden aan.
Mijn moeder heeft veel geld van mij ‘opgemoost’.
Ik heb spijt dat mijn geld weggegooid is.

Nu…

Nu heb ik dat probleem niet meer.
Ik vind het belangrijk dat ik zelf kan kopen wat ik wil.

Ik heb in maart de lotto gewonnen.
Zo kon ik mijn spaarboekje terug vullen.
Ik heb een brommer gekocht en een nieuwe laptop.
Ik ben ook op reis gegaan naar de zee.
Ik heb ook een nieuwe diepvries gekocht, een fiets, een kantmaaier en een mixer.

Raya (ons begeleidster) en ik zijn onlangs naar de vakantiebeurs geweest.
We hebben daar boekskes uitgezocht van verschillende landen.
Daarna zijn we ook naar het reisbureau geweest.
Daar hebben we samen met Raya gezocht welke reis het best zou zijn.
Het werd Benidorm in Spanje.
Met de ‘ottocar’ naar Benidorm in een driesterrenhotel!
Ik heb dat allemaal zelf gedaan, samen met Marleen en Raya.
Ik ben daarom wel trots op ons!
Ik heb de reis betaald, met een verzekering, eten en zelfs eten in de ottocar!
Als we terugkomen de 21ste mei, zullen we straffe reisverhalen kunnen vertellen!
Ik zal foto’s trekken en er van alles bijvertellen.

Ze kunnen ons niet meer afpakken wat we hebben.
Ik heb al veel dromen verwezenlijkt.
Ik zou graag nog eens de klok willen terugdraaien om terug jong te zijn.
Ik zou de dingen dan anders aanpakken.
Ik zou dan een leven niets doen en een meid nemen die alles doet zodat ik kan doen wat ik graag doe!

Geschreven door Patrick en Charlotte.

Accessibility