Geert


Mijn werk is mijn hobby zo voel ik dat aan, anders houd ik dat niet uit…

Mijn naam is Geert Heirman en ik woon Kalken.


Ik ben geboren te Lokeren.
Ik ben in de Sperwer, een dagcentrum, sinds 1995.
Eerst stond ik op een enorm grote wachtlijst.
Ik heb veel interesses, bijvoorbeeld ik was graag bussen.
Zo ben ik samen met een jobcoach gaan zoeken naar werk.

Dat is begeleid werk zoeken.
Begeleid werken is leren aanpassen aan werk, niet altijd uw eigen goesting doen.
Een beschutte werkplaats kon ik niet aan, dat is altijd maar het zelfde werk


Mijn hobby’s zijn: zwemmen, fietsen, met m’n zussen een keertje iets gaan eten, winkelen (een uur in de Colruyt rondlopen).
Met Karel, mijn neefje ga ik graag op schok.
Ik moet dat bazeke goeie manieren leren.


Ik ben echt fier dat ik mijn vervoer zelf regel.
Ik neem veel de bus.
Als het warmer weer wordt, neem ik wel de fiets.
Het liefst van al rij ik met de fiets, daarmee raak ik overal.
In de stad ben ik vlugger ter plaatse dan een auto.
Ik trek me weinig aan van de regen.

Een helm draag ik niet altijd, ik kan in de kleine baantjes niet rap rijden, het is constant optrekken en dan draag ik geen.
Nu is het de tijd dat ze de maïs afrijden en dan zijn al die grote machines en al op de baan.
Dat is wel gevaarlijk, hé.

Ik overloop even mijn werk met jullie.

MAANDAG: BIJ DE POLITIE


Op maandag werk ik bij de politie van Lokeren.
Vorig jaar stond er een vacature vrij.
Ik was geïnteresseerd in dit werk.
Ik heb een gesprek gehad met de jobcoach.
Samen hebben we een sollicitatiebrief geschreven.
In de brief stond dat ik graag auto’s zou willen wassen.
De politie vond het goed dat ik daar kwam werken.


Een week later stond ik al op de werkvloer.
Dat was een droom die werkelijk uitgekomen is.
De politiewagens moesten dringend gewassen worden.
Ze mogen niet met vuile wagens rondrijden.
Mijn werk bestaat meestal uit auto’s wassen.


Ik haal ook de afvalcontainers die de kuisvrouw buiten zet.
Ik spuit eerst met zeep in de container zodanig dat het vuil goed loskomt.
Daarna spuit ik die schoon.


Je moet alles leren relativeren.
Alles wat je kuist, wordt ook weer vuil.
Als je dat niet kan, zijt ge een dutsken.
Zo gaat dat nu eenmaal.
Ik ben dat gewoon.


Mijn dagindeling

Ik kom ‘s morgens gewoon het politiekantoor binnen.
Ik heb geen sleutel, de politiemannen zelf laten mij binnen.
Ik wandel door de gang tot waar ik mij kan verkleden.
Ik doe dit met discretie: ik ga niet overal binnen kijken!
Ik kleed me om in dat kuiskot, waar ook Janine en Sabine hun kastje hebben.
Ik vraag Sabine wat voor werk er is die dag.
Is er nog een auto die moet gekuist worden?


Daarna vertrek ik naar de parkeerplaats waar de vuile politieauto’s staan.
Mijn werkmateriaal is een hogedrukreiniger, zeemvel, spons en een stofzuiger.
Het materiaal zit in een kastje die buiten staat.

Ik begin te werken om 8u45 tot 11u30.
Dan werk ik terug van 12uOO tot 15u45.
Normaal heb ik één uur pauze.
Ik neem maar een half uur.
Zo kan ik vertrekken voor de kinderen van de school vertrekken.
Dan is het veel kalmer op de weg.

Ik ken al veel mensen bij de politie.
Ik doe soms een babbeltje met hen.


Hoofdcommisaris Tienpond zegt:
“Geert werkt goed door, hij doet wel 6 wagens in een dag.
Dat is het grote verschil met z’n voorganger. De voorganger was kwaad als we een gewassen auto weer vuilmaakten.”


Ik vind het heel fijn om bij de politie te werken.
Het is mijn bedoeling om perfect werk te leveren.
Ik mag niets doorvertellen wat ik hoor op de politieradio’s.
Ik moet discreet blijven.
Dat wil zeggen: niet alles aan de grote klok hangen.


DINSDAG: IN DE KERK

Op dinsdag werk ik in een kerk St-Anna in Lokeren.
Ik doe dit al 6 jaar samen met Tony, mijn werkbegeleider.
De kerk is stilte voor mij.
Dat is heel belangrijk voor mij.

Ik kwam in contact met Tony en de pastoor via m’n jobcoach in de Sperwer.


Ik wou in de kerk zijn, hele dagen bij God zijn.
In het weekend volg ik ook de gezangen mee.
Ik wou zelf in de kerk kuisen.
Tony en de pastoor hebben mij wat raad gegeven.
We hebben samen mijn toekomstplannen bekeken. (en ik heb er nog veel!)
Ik mocht onmiddellijk beginnen werken.

De vorige helpers hielden het niet lang vol.
Het is enorm zwaar werk.
Dat is hele dagen onder stress en tijdsdruk staan…
Als er een viering is, mag je uw boelke opkuisen en wegwezen!


Ik stel samen met Tony de planning van de dag op.
Eerst kijken we welk werk er is.
Dan geeft Tony mij de taken voor een halve dag, ik schrijf deze op.
Vroeger zei ik tegen Tony als ik mijn werk gedaan had.
Nu heb ik al meer verantwoordelijkheid.
Als het donker begint te worden, mag ik de lichten in de kerk aansteken.

Ik weet hoe ik de verwarming in de kerk moet aansteken.
Als Tony hier niet is, zet ik mijn krabbel als ze met een levering komen voor de kerk.
Aan de klokken en de muziek mag ik niet komen.
Tony heeft dat niet graag.
Ik werk meestal alleen.
Soms werken we samen, als het kan.


Dinsdag is klusjesdag in de kerk.

Naast de kerk ligt de parochiezaal.
Als het vakantie is, kuis ik de zaal.
Normaal doet de kuisvrouw dat.
Maar in de vakantie zijn ze in verlof en dan smijten ze dat in mijnen nek.
Ik doe dat zeer graag, die zaal kuisen.
Daar gebruik ik wel 100 liter water.


Soms help ik Tony om een raam te steken.
Ik hou de mensen op afstand.
Er zijn meestal ramptoeristen als er iets misgaat.


Ik werk het liefst buiten.
Ik trek het onkruid uit, alles wat er zichtbaar is.
Ik zit dan op mijn knieën.
Ik ploeter door de grond.
Dan ben ik een mol.
Ik ken het verschil tussen onkruid en bloemen of planten.
Ik ken er heel veel van.


Tony zegt:
“Geert kent heel veel van tuin en planten,
ik vraag meestal aan hem wat ik mag uittrekken en wat niet.
Wat hij niet graag doet is spinnenwebben verwijderen en stof afdoen. ”

Ook met de haagschaar kan ik goed werken.
De papiertjes oprapen is ook mijn taak, zodat het buiten ook proper is.
De mannen van het stad moeten een beetje meer komen opkuisen en al.

’s Avonds zet ik de vuilbakken buiten.
De ene week mag er papier bij.
De andere week zijn het de blauwe zakken van PMD.


DONDERDAG: TERUG IN DE KERK

Voor de donderdag ligt m’n taak vast: het is bijna altijd de kerk kuisen.
Tony doet de kerk los, ik ontkleed me.
Daarna begin ik onmiddellijk te werken.
Tony laat me mijn gang gaan, hij heeft z’n eigen werk.
Als ik alleen werk, kan ik perfect werk af leveren.

Tony zorgt dat er geen andere werkmannen komen als ik kuis.
Zo kan ik goed door werken.
Terwijl ik werk, brandt er altijd een kaars.
Dat beeldt de stilte uit.
In de kerk mag het stil zijn, geen muziek.
Bij Tony moet er veel muziek zijn, hij kan niet werken in die stilte.


Ik kuis desnoods een zaal tweemaal als die niet proper genoeg is.
Tony helpt alleen bij de zwaardere klussen.


Samen met Tony hebben we een volgorde van kuisen gevonden.
Zo is de kerk sneller gekuist.
We hebben die volgorde op papier gezet.
Dat is goed samenwerken.
Er zijn twee manieren van dweilen.
Ik dweil tussen de stoelen of ik dweil de grote gangen.


Als het met minder zeep kan, is het veel beter.
Dan blinkt de vloer veel meer.
Dat is weer veel milieuvriendelijker en al.
Daarna moet je de grond goed droog dweilen.
De vloer krijgt meer glans.


Ik moet zeggen dat deze kerk er kraaknet bij ligt.
Ik vind dat deze kerk een goeie reclame zou zijn voor propere kerken.
Dat is niet aan alle kerken gegeven.
De opkomst is verdubbeld.
Het is duidelijk dat de mensen graag naar een propere kerk komen.
Biechtstoelen worden om de twee weken gekuist.


Al m’n materiaal staat in het kuiskot waar alleen Tony en ik binnen kunnen.

Boormachines en al mag ik niet gebruiken.

Ik heb allemaal documenten op de computer staan wat ik iedere dag voor de pastoor gedaan heb.
Op het einde van het jaar print ik dat af.
Dat bewaar ik.
Dan kan ik even nakijken wat er allemaal is gebeurd in het jaar.


Tony zegt:
“Geert heeft een zeer goeie lichaamstaal.
In één oogopslag kan ik zien hoe het met Geert is.
Als Geert opgewekt is begint hij te zingen, dat doet hij
graag.”
“We kennen mekaar nu ook al goed.
Geert kent zijn werk al beter.
Alles gaat vlugger en gemakkelijker.
Zo is er wat tijd over om een keertje iets te drinken of om bij mij te helpen.
Zonder Geert zou ik hier niet te blijven werken.
Tegen Geert kan ik heel gewoon doen
Ik voel me echt gerust bij hem.
We moeten hier geen smoking dragen,
maar werkkledij !

Tony en ik komen zeer goed overeen.
Ik moet veel water bij mijn wijn doen.
Vanaf dat Tony zwaar werk (kasten verslepen) doet, moet ik inspringen.

Als ik ziek ben,weet ik wat we aan mekaar hebben.
Dan bellen wij elkaar.
Om boodschappen te doen helpen we mekaar een beetje.
We moeten alles bijhouden wat we uitgegeven.
Dat doen we samen.


Werken is voor mij afkicken van de TV,
niet de ganse dag zitten kijken.
Het is voor mij niet altijd even gemakkelijk,
maar als het resultaat van het werk goed is,
ben ik daar blij mee.

De woensdag en vrijdag werk ik in de Sperwer.
Hierover heb ik nog geen foto’s van, want dat is voor later.

Werken is voor mij mijn hobby, zo voel ik dat aan.
Toch is het leven niet alleen maar werken.
Je moet ook eens kunnen genieten.
Bijvoorbeeld een keer op reis gaan, of een keer naar de kermis gaan.
Een mens moet niet altijd gejaagd zijn.
Ik ga er graag ook eens op uit!


Geschreven door Geert Heirman en Yannick Spriet
Accessibility